Treed binnen in de simulator…

Treed binnen in de simulator…

… En zet je schrap voor een wervelende reeks simulaties van taalsituaties. Leer je instructeur kennen als behulpzame collega én als lastige klant. Schuif mee aan de ontwerptafel en wees getuige van een modelsimulatie. Vergroot je beheersing van de gesprekssituatie met elke run van de simulatie die je zelf onderneemt. Doe de debriefing en treed buiten met nieuw vertrouwen in je taalvaardigheid.

Technische specificaties

OC-34A CONTEXTUELE SIMULATOR
De opleiding bestaat uit een reeks taken die door de student en de leraar in onderlinge samenwerking zowel ontworpen als uitgevoerd worden. Voor sommige taken zal de student een groter aandeel hebben in het ontwerp ervan dan de leraar. Voor andere taken zal de inbreng van de student op het ontwerp zich beperken tot het aangeven van noden en verwachtingen. Maar hoe de taak ook tot stand is gekomen, bij de uitvoering ervan zal de student onveranderlijk de eerste viool spelen, terwijl de leraar hem of haar daarbij ondersteunt door weerklank te bieden en informatie aan te reiken. De doeltaal is hierbij slechts een hulpmiddel – zij het een noodzakelijk hulpmiddel – om een niet-talig probleem op te lossen. Het niet-talige probleem wordt gepresenteerd in de vorm van een leemte, die aangevuld of overbrugd dient te worden door middel van een reeks cognitieve handelingen. Die laatste steunen voor hun input- en output-processen op verbale interactie. Het niet-talige probleem is bovendien rechtstreeks geïnspireerd op een concreet probleem in het leven of op het werk van de student.
Het hierboven geïntroduceerde niet-talige probleem wordt in de taak gepresenteerd als een leemte, die op drie manieren aangevuld of overbrugd kan worden. Alle drie de manieren steunen op verbale interactie voor de gegevensverwerving en de toetsing van de oplossing*:
  • Informatie-uitwisseling. Een voorbeeld is een secretaresse (student) die een afspraak voor haar baas moet maken. Ze kent wel de agenda van haar baas maar weet niet wanneer haar gesprekspartner (leraar) beschikbaar is. Die informatie zal ze bijvoorbeeld door middel van een telefoongesprek moeten aanvullen.
  • Redenering. Een voorbeeld is een onthaalmedewerker (student) die over een grondplan beschikt en door een bezoeker (leraar) gevraagd wordt waar hij of zij vergaderzaal C kan vinden. In dit geval moet de begunstigde 1) uit een ongestructureerde voorstelling, met name het grondplan, een structuur deduceren die het onthaal en de vergaderzaal met elkaar verbindt en 2) het resultaat ter toetsing aan de leraar meedelen.
  • Argumentatie. Een voorbeeld is een architect bij de dienst Stedenbouw (student). Op een werkvergadering wordt hij of zij geconfronteerd met een aannemer (leraar) die een overtreding van de bouwvoorschriften bepleit. Om het pleidooi van de leraar te weerleggen moet de begunstigde 1) een tegenargumentatie opbouwen en 2) de tegenargumentatie mondeling brengen teneinde zich ervan te vergewissen dat ze het gewenste effect bewerkstelligt.
De oplossing van het niet-talige probleem op één van de drie hierboven beschreven manieren vormt de eigenlijk taak. Hieraan gaat altijd een pre-taak vooraf.
Tijdens de pre-taak zijn er twee mogelijkheden: ofwel ontwerpen de leraar en de student samen de taak, ofwel presenteert de leraar een taak die hij of zij op voorhand ontworpen heeft op basis van de input van de student. Vaak stelt de leraar de student een model voor van een oplossing van de taak, hetzij door de taak zelf voor te doen, hetzij door de begunstigde een video, een geluidsopname, een transciptie of een (serie) afbeelding(en) van de oplossing te presenteren.
De taak wordt gevolgd door een review fase. Die kan bestaan uit het bekijken of beluisteren en becommentariëren van een video- of geluidsopname van de taak. Het kan ook bestaan uit het uitschrijven en/of het analyseren van de verbale interactie die tot de oplossing van de taak geleid heeft.
*Prabhu, N. S. (1987). “Second Language Pedagogy”. Oxford University Press.
Voor een voorbeeld van beoogd gebruik, zie hieronder.